Bourgogne – De Côte d’Or

De Bourgogne is een wijngebied, dat met 28.715 ha slechts 3 % van alle Franse wijngaarden omvat. Toch zijn er maar liefst 3800 wijndomeinen, 250 handelaren en 23 coöperaties actief en worden er exact 100 verschillende Appellations d’Origine Contrôlées gemaakt (22 % van het Franse totaal). Het gebied bestaat uit een viertal districten, waarvan de Chablis beter bekend zal zijn dan de Mâconnais en de Côte Chalonnaise. Maar de ware wijnkenner weet, dat uit de “Côte d’Or” beginnend juist ten zuiden van Dijon, de echte wereldberoemde wijnen komen.

De Côte d’Or is een langgerekte heuvelrug, die zich naar het zuidoosten uitstrekt, vandaar de naam d’Or (van: Oriënt). Anderen beweren dat de naam is ontleend aan het feit, dat vlak voor de oogst de herfstzon een gouden gloed over de op de hellingen liggende wijngaarden geeft.

Côte de Nuits & Côte de Beaune
Het noordelijk deel van deze 50 km lange, met wijnstokken beplante helling heet “Côte de Nuits” en het zuidelijk deel “Côte de Beaune”. Achter de beide Côtes (hellingen) liggen de hoger gelegen appellations: “Hautes Côtes de Nuits” en “Hautes Côtes de Beaune”. De wijnen hier gemaakt, zijn door de gemiddeld lagere temperaturen, iets lichter dan wijnen van de Côte zelf, maar de prijs maakt dit meer dan goed.

De druiven
Uit de Côte d’Or komen vrijwel uitsluitend cépage wijnen, dat wil zeggen wijn gemaakt van één enkele druivensoort. Als witte druif gebruikt men voor de kwaliteitswijnen Chardonnay, terwijl voor rode Pinot Noir verplicht is. Door de grote diversiteit aan bodemgesteldheid, leveren de druiven van iedere wijngaard een wijn op met een ander karakter.

De wijnmaker
De wijngaarden behoren slechts zelden toe aan één eigenaar; de meeste boeren bezitten slechts enkele rijtjes wijnstokken van een akker. Maar omdat ze wel veelal op diverse plaatsen bezittingen hebben, is het natuurlijk fantastisch proeven in hun kelders. Wijn afkomstig uit één en dezelfde wijngaard, maar door verschillende boeren bereidt, smaakt vaak heel anders. Op een grote naam afgaan is dus niet voldoende, want het vakmanschap van de wijnmaker bepaalt hier de kwaliteit!

De classificatie
De classificatie begint bij de Aligoté (van de gelijknamige druif) en Passe-tout-grains (mengsel van 1/3 Pinot Noir en 2/3 Gamay) gevolgd door de regionale wijnen: Bourgogne Blanc (Chardonnay), Bourgogne Rouge (Pinot Noir) en de Hautes Côtes de Beaune c.q. Nuits. Daarna volgt de appellation van de Villages (gemeentewijnen) onder vermelding van het dorp van herkomst (zoals: Pernand Vergelesses, Fixin, Beaune, Meursault) en dan de Premier Cru’s, afkomstig van kwalitatief hoger aangeschreven wijngaarden binnen de grenzen van de gemeente, meestal voorzien van de naam van de betreffende wijngaard. De Grand Cru’s sluiten de rij; wijn afkomstig uit één enkele wijngaard met een eigen appellation, zoals: Bonnes Mares, Corton Charlemagne en Montrachet. Veel dorpen in de Côte d’Or hebben aan hun naam, die van de beste wijngaard binnen hun grenzen toegevoegd, zoals: Gevrey Chambertin en Puligny Montrachet.

Drinkadvies
Drink wijnen uit de Côte d’Or uit een zo groot mogelijk glas, om het bouquet volledig tot zijn recht te laten komen. Serveer de rode wijn onder kamertemperatuur (16-18 °C) en de witte iets koeler (12-14 °C) en dus niet zo uit de koelkast! In de buitenlucht komt de geur en smaak van vooral de rode wijn het best tot zijn recht.

Wijnjaren
Wanneer men in Bourgogne spreekt van een groot jaar dan houdt dit in, dat de wijn lang houdbaar is en op zijn hoogtepunt fantastisch smaakt. Denk hierbij voor rode wijn aan de jaren 1990, 1995, 2005 en 2010. Een nadeel is echter, dat wijnen uit die jaren soms wel tien jaar flesrust nodig hebben. Wordt een fles te vroeg geopend dan bestaat er een kans, dat de wijn nauwelijks geur en/of smaak vertoont en dat de tannine (looizuur) de overhand heeft. Wordt geduld geboden, dan heeft er zich meestal een adembenemend bouquet ontwikkeld en een volle, zachte smaak. Soepeler jaren zijn normaalgesproken binnen drie jaar op dronk; een lust voor het oog en een streling voor het verhemelte. Denk hierbij voor rode wijnen aan de jaren 2009, 2011 en 2013. Witte wijn kan in principe altijd jong geschonken worden, tenzij het een zeer grote wijn betreft, die kan ouderen als een rode wijn. Grote jaren voor witte Bourgogne zijn bijvoorbeeld 2008, 2010, 2012 en 2014.